Het beeld bestaat uit een ruimtelijke voorstelling omkaderd door een open
stalen frame. Het beeld, dat rondom bekeken kan worden, bevindt zich op
een grasgroene rechthoekige vorm, de tuin. In het midden hiervan is aan
de voorkant op een messing plaatje de titel "Zur Genealogie der Moral"
te lezen. Met de Hof van Eden of het Aardse Paradijs neemt het bijbels verhaal over de mens zijn aanvang. Het werd dikwijls verteld in mijn kinderjaren en later als misdienaar maakte het een grote indruk, vooral de zondeval. Op een bronzen deur van omstreeks de eerste millenniumwisseling van Bernward van Hildesheim wordt dit verhaal op een beeldende wijze verteld omdat het merendeel van de bevolking niet kon lezen, maar wel het verhaal kende. Op het bovenste paneel is een man en een vrouw te zien. Rechts van de vrouw staat een boom met een slang erin. De slang nodigt de vrouw de vrucht van de boom van de kennis van goed en kwaad te eten. De vrouw eet de vrucht, die door de sluwe slang wordt aangeboden en geeft een ander aan de man. Op het volgende paneel ontdekken zij dat zij naakt zijn en beschermen hun naakte lichaam met een vijgeblad. Links van de man en de vrouw staat een gedaante met een aureool boven zijn hoofd en die met een |
schuldige vinger naar hen wijst. De man in het midden wijst weer naar de vrouw. In het onderste paneel wijst een ander gedaante met vleugels op zijn rug, een engel, de man en de vrouw naar een soort afbeelding van een stad. Bernward toont het verhaal uit Genesis over Adam en Eva, de zondeval, de schaamte, de schuld en de verbanning uit het Aardse Paradijs. Dit verhaal vormde het uitgangspunt voor mijn beeld: 'Zur Genealogie der Moral'. 'Zur Genealogie der Moral' is een van de invloedrijke teksten van Friedrich Nietzsche. Nietzsche vroeg zich af waarop onze waarden herleidbaar zijn. Een 'Genealogie' is een afstammingsleer. In dit geval gaat het eerder om de herkomst van de waarden dan om hun eventuele geldigheid. In het Westers wereldbeeld komt daarvoor als eerste het paradijsverhaal in aanmerking. Nietzsche stond daar zeer kritisch tegenover. Voor hem is dit verhaal er een van knechting, van het aan banden leggen van onze primaire behoeften. In het beeld wordt het oerverhaal juist omgeduid in de richting van de bevrijding van geknechte behoeften. De muziek die vanuit de hazenbuiken ten gehore wordt gebracht is - behalve dat ik ze ken uit mijn jeugd - tevens ontleend aan de film '2001 a Space Odessey'. Tijdens deze wals zweven gigantische ruimteschepen door het helaal. Zij voeren een ballet uit. De filmmaker Kubrick laat ons in de jaren zestig in knap twee uur de ontwikkeling van de wereld zien. Fragmenten uit de film tonen ons een groep apen die na aanraking van een zwarte rechthoekige steen die uit de hemel is neergedaald tot ontdekking komen dat een bot van een rund gebruikt kan worden als een slagwapen. Dit is het eerste technische werktuig. Aan het einde van de film raken twee astronauten in conflict met de besturingscomputer van hun ruimteschip, het laatste |
stuk techniek. Deze computer heeft menselijke karakter eigenschappen gekregen. Het apparaat is een ijdeltuit, leergierig, sociaal maar ook wraakzuchtig. Het keert zich tegen de mensen aan boord van het ruimteschip. Met veel moeite weet de laatste astronaut zich te redden en komt hij de zwarte rechthoekige steen weer tegen. De film eindigt met een herboren hoofdpersoon die als embryo door de ruimte zweeft. Nietzsche heeft het over zelfverwerkelijking en zelfoverwinning. In deze context spreekt hij over de Übermensch. De mens moet een groots en meeslepend leven leiden. Dit in tegenstelling tot de onderworpenen aan de moraal die als conformisten in het leven staan. Waar
droom ik nu over? Het beeld plaatst de stamboom van de moraal van goed
en kwaad in een kader. De slang in de boom geeft al aan dat het hier om
twee herboren zielen gaat. De slang immers verwisselt elk jaar van huid
en wordt als nieuw geboren. 'Zur Genealogie der Moral' is een uitnodiging voor een bevrijde glimlach en een fronsend voorhoofd. (André Boone) |